Go to Top

Groentje 2 Droogte 1 juni 2020

En weer is het droog, voor het derde jaar op rij. Vooral op de hoger gelegen zandgronden in de Achterhoek zijn de gevolgen goed merkbaar. Oppervlakkig wortelende bomen en planten als berken, coniferen, sparren, rhododendrons en pachysandra verdrogen. Deze lange periodes van droogte worden meer regel dan uitzondering. Hoe kunnen wij het beste met extreme droogte omgaan? De eerste tip is ‘water geven’. Logisch toch? Maar goed water geven is een kunst.

Eind mei stond ik bij een pas geplante coniferenhaag te kijken. Deze was bruin. In maart was die nog groen. De eigenaars van de haag zeiden dat ze goed water hadden gegeven, elke dag met de slang een rondje door de tuin. Toen maakte ik een gat in de grond en we keken hoe diep het water was gekomen: nog geen 5 cm diep, terwijl de meeste wortels toch echt vanaf die diepte pas omlaag groeien. Zo kost dat veel (leiding)water en is het zonde van de moeite.

‘Maar, meneer de hovenier, wat moet ik dan doen om mijn planten te redden?’

Je hoeft pas water te geven als het blad van bijvoorbeeld hortensia’s ’s morgens nog slap hangt. De wortels mogen best aan het werk gezet worden, laat ze maar zoeken naar water. Dat geldt niet voor coniferen, zeker niet als die net geplant zijn. Als die bruin worden, dan ben je te laat. Onder de haag of in lange borders kun je het beste een druppelslang leggen en enkele uren aan zetten. Eén hooguit twee keer in de week. Zet sproeiers in de tuin, een of twee uur op dezelfde plek. Zo komt het water tenminste diep in de grond en hebben de planten er langere tijd echt wat aan.

Duifkruid

Veel leidingwater opmaken aan de tuin is zonde en bij aanhoudende droogte zelfs niet meer mogelijk. We kunnen dus beter ook meteen naar structurele oplossingen zoeken. Kijk eens welke planten het goed volhouden bij droogte en welke snel omvallen. Vervang de omvallers de komende herfst door droogteminners als vlinderstruik, kattekruid, hemelsleutel, marjolein, salvia, lavendel, thijm, stokroos, cotoneaster, beemdkroon, duifkruid, kogeldistel etc. Is het je al opgevallen dat het allemaal vlinder- en insectvriendelijke planten zijn? Dat is twee vliegen in één kl… eh, ik bedoel win-win.

Belangrijk bij felle zomerzon is te zorgen voor voldoende schaduw. Dat kan natuurlijk het beste door bomen te planten. Kijk eens waar het gras het langst groen blijft: Onder fruitbomen, walnootbomen. Ze geven schaduw en zijn in staat om het water dieper weg te halen. Daar profiteert de omgeving van mee. Dat geldt echter niet voor berken en beuken. Zij nemen of houden het vocht weg. Over gras gesproken: laat het gras wat langer bij warm weer en ook bij droogte. De langere grassprieten werpen hun schaduw op de grond. Boven de 30 graden kun je beter helemaal niet maaien.

Walnotenboom

Zorg voor bodembedekking. Kale grond droogt sneller uit. Volledige bedekking door planten is het beste, maar niet altijd haalbaar of gewenst. Strooi de kale grond dan af met kleine plantendelen en houtsnippers, zo dik mogelijk. Die zijn volop verkrijgbaar bij boomverzorgers. Zo’n strooisellaag reguleert vocht, werkt onkruidremmend en is prima voeding voor het bodemleven. Drie vlie… eh win-win-win.

Nu kan ik het toch niet laten om over dat bodemleven en bodemvruchtbaarheid uit te weiden. Het toverwoord is hier: humus! De redding van veel grote problemen.

Kijk maar eens naar de opslag van water: als je het humusgehalte of organische stof in je tuin van 100 m2 met 1% verhoogt, dan kan je tuin 1700 liter extra water vasthouden. Dat is 170 gieters water! Een extra pleidooi dus voor het bedekt houden van de bodem met levende planten én afgestorven plantendelen. Over de geheimen van het bodemleven en de opbouw van humus heb ik nog héél veel te vertellen.