Go to Top

Groentje 13 Dan nog liever de lucht in … ! 24 januari 2021

De laatste tijd is stikstof veel in het nieuws. We hebben er genoeg van, of beter nog: we hebben er teveel van. Hoe komt dat toch? Waar is het mis gegaan?

Ik ben gek op terugblikken. Laten we eens zo’n 100 jaar terug gaan. Toen werd uitgevonden hoe je stikstof kunstmatig uit aardgas kunt halen. Die ‘kunstmest’-stikstof is makkelijk oplosbaar in water en zorgt voor een explosieve groei van planten. Hogere gewasopbrengsten maakten het mogelijk om meer koeien en varkens te houden.  Daardoor ontstond er een mestoverschot. Teveel mest, want stikstof kwam ook al uit de kunstmest. Door de daaropvolgende schaalvergroting werd het nodig om effectiever te gaan werken. De poep en plas van de beesten belandden in grote kelders en silo’s, waar geen stro aan toegevoegd werd en waar te weinig zuurstof aanwezig was. De stikstof in de mest veranderde in giftige ammoniakdampen die in de lucht terechtkwamen. En die in water oplosbare ammoniak daalde met de regen weer neer, ook in nabijgelegen natuurgebieden, met verminderde biodiversiteit tot gevolg. Ziedaar het probleem.

Stikstof zorgt voor groei. Hoe gaat dat in zijn werk? De zuivere vorm van stikstof is gas, dat vrij om ons heen in de lucht zit. Daar voelt het zich het meest thuis en naar die vorm verlangt het ook het meeste terug. Het laat zich lastig binden. Hoe graag stikstof weer de lucht in wil, hebben we onlangs in Beiroet gezien. Opgeslagen kunstmest, in de vorm van ammoniumnitraat, ontplofte en beschadigde een groot deel van de stad.

Omdat het zich zo slecht laat binden vindt je stikstof ook niet in grote hoeveelheden in de bodem. In tegenstelling tot koolstof die in de vorm van steenkool, olie of diamant voorkomt.

Hoe komt stikstof dan in de plant? Er is een grote groep organismen die in staat is om vrije stikstof uit de lucht op te nemen en zo te bewerken dat die opneembaar is door de wortels van de plant. Dat zijn bacteriën, die er vier miljard jaar geleden ook al waren. Als de grond een rulle structuur heeft, dan kan lucht met stikstof makkelijk de bodem in. De eerste groep stikstofbacteriën maakt er ammonium van (niet te verwarren met het giftige ammoniak). Een tweede groep bacteriën maakt er nitriet van en de laatste groep maakt er nitraat van. Dit is de enige vorm van stikstof die door de plantenwortels opgenomen kan worden. Dierenmest en afgestorven planten leggen diezelfde lange weg af. Er is maar een kleine groep planten (vooral vlinderbloemigen, zoals klaver) die stikstof kunnen binden. Zij halen stikstof uit de lucht en binden die in symbiose met bacteriën in wortelknolletjes.

Schematisch gezien ziet het er als volgt uit:

Stikstofkringloop (beeld:  https://nl.wikipedia.org/wiki/Nitrificatie)

Dit proces, de nitrificatie, kost veel energie. Bacteriën halen energie uit suikers die planten over hebben en uit hun wortels laten weglekken. Het is een mooie symbiose. Bacteriën en planten voeden elkaar, waarbij de wortels ook nog eens beschermd worden tegen indringers.

Kunstmest werkt snel, maar heeft als bijeffect dat het de al aanwezige bacteriën in de bodem uitschakelt. Als na korte tijd de kunstmest is uitgewerkt, dan kunnen de bacteriën het niet zomaar weer over nemen.

Een gezonde, rulle en luchtige bodem zorgt er gratis en voor niets voor dat planten stikstof krijgen, zonder gevaar voor explosies en overbemesting van natuurgebieden. En mocht er dan nog bij gemest moeten worden, dan zijn compost en organische mest prima producten met instandhouding van het bodemleven.