Go to Top

Groentje 4 Petit Gris 14 juni 2020

Ik krijg weleens te horen dat ik zoveel over tuinen weet. Dat streelt me. Tegelijkertijd besef ik ook dat ik nog zoveel niet weet. En ook dat ik dingen vergeet. Dan bedoel ik niet alleen feitjes en weetjes. Ik bedoel dan meer grote dingen, systeemdingen.

Zo was ik afgelopen vrijdag bij een lezing over plaagdieren. Suze Peters, die daar het mooie ‘Plaagdierboek’ over heeft geschreven, vertelde ons allerlei leuke feitjes. Over de eetbare slak bijvoorbeeld. Je hebt de wijngaardslak en de segrijnslak, ook wel ‘Petit Gris’ genaamd. In Frankrijk zijn ze een delicatesse, ‘Escargots’. Ze komen ook in onze tuinen veel voor. Als je ze wilt eten, zet ze dan eerst een week op een dieet van niet-giftige planten. Je kunt er anders flink ziek van worden of erger.

Petit Gris – segrijnslak

Naaktslakken eten levende planten, zoals de hosta, waar ze een gatenkaas van kunnen maken. De meeste huisjesslakken eten afgestorven plantendelen. Dat zijn echte opruimers. Samen met het slijmspoor dat ze achterlaten, verandert de strooisellaag waarin ze leven in mooie compost.

De slakken op hun beurt zijn voer voor de vogels. Vooral in het voorjaar, als de vogels hun jongen moeten voeren, zijn slakken makkelijke prooien met hun slakkengang. De egels doen ook niets liever dan scharrelen door het gebladerte op zoek naar die lekkernij. Spitsmuizen, kikkers, padden, loopkevers en duizendpoten doen zich te goed aan deze eiwitrijke hapjes. Verschillende vliegen en aaltjes parasiteren op slakken.

Slakken leggen eitjes, kleine transparante knikkertjes, die je in grote aantallen onder het gebladerte kunt vinden. Ook die eitjes zijn een delicatesse voor mens en dier.

Zojuist was ik achter in de tuin bezig. Mijn lieve vrouw had bedacht dat daar een vijver moest komen. Die moet daar wel even uitgegraven worden. Je begrijpt wie dat mag doen. ‘Oh ja, en de grond kan dan mooi in die bloempotten voor het kruidentuintje op het terras. En of je dan ook even een verhoginkje wil maken waar die potten op kunnen staan.’ ‘Tuurlijk schat.’

Toen ik dat stukje grond aan het vrijmaken was van begroeiing zag ik van alles wegkruipen, torretjes, duizendpoten, pissebedden en mieren. In die strooisellaag gebeurt dus van alles zonder dat wij er iets van merken. Er wordt keihard gewerkt, eieren leggen, eieren eten, blad opeten en composteren, opgegeten worden door beesten die er groot van worden en daar of elders weer heel veel te doen hebben.

Suze noemde dat in haar lezing een web, een sterk systeem dat zichzelf prima in stand houdt. Neem je een kleine draad weg, dan gebeurt er niet zoveel, maar als een sterke draad weggenomen wordt, dan stort het hele web ineen.  De slak is zo’n sterke draad.

Een essentiële schakel voor een levend systeem dat zijn eigen afval opruimt en omvormt tot  humus en vruchtbare vochtvasthoudende grond. Mijn vrouw en ik zijn inmiddels gewend aan de gaten in de hosta’s en voeren ze graag op aan de slakken.

Net als de slak is ook de luis een stevige draad in het web. Vogels, insecten en kevers eten de luis, worden groot en vliegen uit om bloemen te bestuiven of andere veelvuldig aanwezige rupsen uit eiken te eten. Ook dat web met al haar draden, dat systeem met al haar facetten, is waardevol en nodig. Dat was ik even vergeten toen ik vorige keer vertelde over het wegspuiten van de luizen op de rozen. Met deze wetenschap neem ik graag een paar misvormde rozen op de koop toe.