Go to Top

Groentje 15 Bodemschatten 11 April 2021

Tijdens de paasdagen liepen we over een landgoed bij Diepenheim. Bij een poel stond een bankje. Terwijl ik in het zonnetje rustig van mijn boterham zat te genieten, had mijn wederhelft allemaal gaatjes en insecten ontdekt aan de rustig oplopende zuidhelling van de poel. Honderden gaatjes waren er te zien, en hier en daar kropen er vleugelige insecten in of uit. Ze waren allemaal nogal zwart en grijs, maar verschillend van grootte en dikte. Het leek mij dat we hier te doen hadden met solitaire bijen. Er zijn zo’n 350 soorten solitaire of wilde bijen in Nederland, waarvan 75 soorten zandbijen. Nog steeds een grote groep en dus lastig om zo een-twee-drie te ontdekken met welke soort we te maken hadden. Ik vermoed dat het asbijen of grijze zandbijen waren. Die lijken enigszins op elkaar. Beide vliegen in dezelfde periode, zijn algemeen voorkomend en kunnen kolonies van honderden nesten bij elkaar vormen.

Grijze zandbij (Andrena Vaga)
(Foto: Tomi Salin – https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=13126262)

Zandpaden bij landgoederen, slootkanten, oude tegelpaden met enige ruimte tussen de tegels, zonnige ligplekken van schapen op een berg: allemaal plekken waar je nesten van solitaire bijen kunt aantreffen. Naarmate je er meer op let, zie je ze vaker. Kleine gaatjes waarbij het even kan duren voordat er iets in of uit kruipt. Zie je een stel mieren in de buurt, dan is het geen bijennest, want die verdragen elkaar niet zo goed.

Een pluimvoetbij graaft een holletje tussen stoeptegels (Foto: Peter Zwager)

Een andere ingang tot de geheimen van de bodem kreeg ik door het boekje ‘Ondersteboven van bodemdieren’, van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW). Toen ik het doorbladerde, viel mijn oog op een diertje dat ik eerder was tegengekomen: het beerdiertje. Die had ik gezien op de website van Micropia, het nieuwe museum bij Artis. Dit museum is geheel gewijd aan het microleven en het beerdiertje is hun mascotte. Slim gekozen, want het ziet er zeer knuffelbaar uit.

Beerdiertje
(European Atlas of Soil Biodiversity / Eye of Sciences)

Het beerdiertje wordt ook wel mosbeertje genoemd, omdat het veel in mossen en korstmossen voorkomt. Maar het leeft ook in de strooisellaag van bossen en tuinen en in het zand van stranden. Er zijn 18 soorten. Ze eten algen, mossen, aaltjes, andere beerdiertjes en ook aas. In een enkele pluk mos kun je duizenden beerdiertjes aantreffen. Gebruik wel een goede loep, want ze zijn gemiddeld maar 0,5 millimeter groot.

Ze mogen dan klein zijn, maar het zijn meesters in overleven. Of je ze nu kookt, invriest, de ruimte inschiet, bloot stelt aan hoge doses UV-straling of radioactieve straling, alles overleven ze. Als de omstandigheden beroerd zijn, persen de beerdiertjes het vocht uit hun lijf en zetten hun stofwisseling op een laag pitje. Ze worden schijndood. Pas als de leefomstandigheden weer gunstig zijn, worden de beerdiertjes wakker, zuigen zich vol met water en gaan weer gewoon door. Dat kan tientallen jaren later zijn.
Sinds ik dit weet, kijk ik met heel andere ogen naar het mos in mijn gras.