Go to Top

Groentje 17 Kooltjes uit het vuur 31 juli 202

Een zwoele zomeravond in juli. Ik moet terugdenken aan de vele houtvuurtjes en kampvuren die ik heb meegemaakt of zelf heb ontstoken. Naarmate de avond vorderde en het donker werd, konden de vlammen haast hypnotiserend werken. Totdat een vonk die op me afsprong, mij uit de droom wekte. Zo’n vuur kan zeer aangenaam en weldadig aandoen en levensreddend bij ijzige kou zijn. Maar als het ongecontroleerd wild om zich heen grijpt, dan kan het verwoestend en levensbedreigend zijn.

Bij het verbranden van hout komt energie vrij in de vorm van warmte. Die warmte hebben we nodig als de zon niet schijnt. De energie die in het hout zit opgeslagen komt ook van de zon. Bomen en planten hebben zonne-energie nodig om de CO2 uit de lucht om te zetten tot suikers met water uit de bodem. Suikers worden omgezet in zetmeel, cellulose en lignine, stoffen waar hout uit gevormd wordt. Hout is dus uitgestelde en vastgelegde zonne-energie.

Zoals we allemaal weten is gedroogde turf ook een prima brandstof. Onder bepaalde omstandigheden veranderen afstervende planten in veen, dat als turf kan worden afgestoken. Plantenresten die lang geleden onder hoge druk op elkaar werden geperst onder dikke aardlagen, veranderen in steenkool, aardolie en aardgas. Minerale brandstoffen, die uiteindelijk hun energie van de zon hebben gekregen, zijn dus eigenlijk uitgestelde en opgeslagen zonne-energie.

De stof die deze energieopslag mogelijk maakt, is koolstof. Als chemisch element wordt het aangeduid met C (Carbonium). Er zijn vele vormen van koolstof, zoals het zeer zachte grafiet tot het keiharde diamant. Als we onze darmen willen zuiveren van gifstoffen, dan slikken we koolstof in de vorm van Norit.

Het belangrijkste weetje over dit bijzondere element is echter, dat alle organische verbindingen het element koolstof bevatten. Het is een belangrijke bouwsteen voor alle organismen. Koolstof is dus onmisbaar voor alle levende wezens.

Als bomen en planten en andere organismen sterven, verteren ze en worden ze in de bodem door weer andere organismen opgenomen. Wortelschimmels zijn belangrijke koolstofvastleggers. Hoe meer koolstof in organische vorm in de bodem terechtkomt, hoe vruchtbaarder de bodem wordt. De huidige maatschappij is nogal energiebehoeftig, waardoor er meer koolstof als CO2 de lucht in verdwijnt. Voor een stabiel klimaat en om de mens te voeden, zouden we er beter voor zorgen dat er meer koolstof de bodem in gaat. Een kleine bijdrage zou kunnen zijn meer graan verbouwen en het stro dat daarbij vrij komt, mengen met de mest uit de veehouderij.

Alle organismen hebben koolstof nodig. Dus wij ook, en we krijgen die koolstof voornamelijk via suikers en zetmeel uit planten binnen. Brandstof, afkomstig van de zon. Leuke stof tot nadenken voor bij een houtvuurtje. Jammer dat de onweersbui van daarnet al het hout heeft doorweekt.