Go to Top

Groentje 8 Wie is …? 6 september 2020

Deze kant op graag, maakt u zich maar wat kleiner en kruipt u achter mij aan. U betreedt hier mijn rijk. Blijf vlak achter mij, anders verdwaalt u in mijn gangenstelsel.

Ze noemen mij bruine slechtziende rakker en zien mij als een verrader, maar komt u met mij mee. Ik toon u mijn leven in de hoop dat u daarna het antwoord weet op de vraag: ‘Wie is …  de mol’?

Kijkt u eens naar mijn zachte gladde bontmantel, mijn soepele lijf en hoe mijn voorpoten als brede, scherpe graafklauwtjes de grond zijwaarts achter mij weg drukken, snel en effectief. Zo maak ik mijn gangen, om me te verplaatsen, om eten te zoeken, om te nestelen en mij voort te planten. Meestal is er van mijn graafwerk weinig te merken. Als ik door rulle, luchtige, levende grond kruip, duw ik de aarde makkelijk aan de kant. Soms kom ik door verdichte aardlagen die aangereden, vastgetrapt of dichtgespoeld zijn. Dan krijg ik het niet opzijgeduwd en moet ik het naar boven duwen, de enige plek waar nog ruimte is. Kijk eens wat een prachtige hoop?

Oké, dat is niet iedereen met mij eens. Peter, die man aan de andere kant van deze pen, vroeg mij laatst namens zijn klanten waarom ik zo vaak in hun strakgeschoren grasveldjes wroet en net dáár zoveel hopen omhoog druk. Ik heb daar met die pennenlikker over van gedachten gewisseld. Kijk, ik kruip gewoon waar ik gaan wil en vaak merk je er niks van, maar zoals hierboven beschreven, in dichte grond moet ik het naar boven kwijt en vaak is dat in gazons. Peter beaamde dat. Bij de aanleg van gazons wordt de grond aangerold, verdicht dus. Maar belangrijker, vertelde hij, is dat gras steeds meer een monocultuur is geworden van alleen maar gras, zonder madeliefjes, ereprijs, klaver, paardenbloemen of pinksterbloemen. Het gras wordt strak gemaaid en het maaisel opgeraapt. Hierdoor komt er geen organisch materiaal meer in de bodem, wordt het bodemleven niet gevoed, is er weinig bodemleven, weinig structuur en is de bodem massief en dicht. Dit is precies wat ik ervaar. Ik zie een vrij ondiepe laag van alleen graswortels, geen dikke diepe wortels, geen wormen en alleen organismen die leven van gras. Logisch, zo werkt dat nu eenmaal in de natuur.

Waarom ik daar toch zo graag kom, is vanwege de engerlingen, emelten en ritnaalden. Dat zijn lekkere eiwitrijke hapjes voor mij. Dat zijn beestjes die gek zijn op graswortels. Ook mieren kom ik veel tegen. Allemaal beestjes die zich ongebreideld kunnen vermenigvuldigen, omdat er zo weinig ander bodemleven in de grond zit. Neem bijvoorbeeld de aaltjes, die engerlingen, emelten en mieren eten. Peter vertelde dat hij die kan bestellen en over het gazon kan uitbrengen. Daarmee neemt hij een functie van het bodemleven over. Mooi van hem dat hij dat doet, maar ik kruip toch liever door een rulle, biodiverse bodem. Mensen zijn niet blij met al mijn hopen op hun strakke gazonnetjes en trappen ze vaak dicht.Die dichtgetrapte gangen duw ik weer open, met nog meer hopen tot gevolg. Onderwater zetten helpt niet, want mijn gangen helpen juist om overvloedig water af te voeren. Bovendien is het ingenieuze netwerk van mijn gangen net een metrostelsel, of snelwegen waardoor allerlei organismen zich snel kunnen verplaatsen, Zo kan ook de zuurstof sneller diep de bodem in komen, zodat ook het bodemleven zich weer sneller en dieper kan ontwikkelen. Zo ben ik dus met mijn sterke graafpoten een belangrijke voorbereider voor het bodemleven.

Nawoord van de pennenlikker: ‘Nou Momfer, dat heb je mooi gezegd. De donkere, duistere, ondergrondse wereld is zo belangrijk voor het leven bovengronds. Zullen we via de gangen van de mol verder op onderzoek gaan naar die mysterieuze, onderaardse spiegel van de bovenwereld?